8 september 2026
Dat is niet alleen belangrijk vanwege de financiële schade, die jaarlijks in de miljarden euro’s wordt geschat, maar vooral omdat iedere euro die door fraude verdwijnt, niet meer beschikbaar is voor mensen die daadwerkelijk zorg nodig hebben.
Het kabinet zet een belangrijke stap
Laat ik beginnen met een positieve constatering. Het kabinet heeft onlangs een stevig pakket aan maatregelen aangekondigd om zorgfraude en ondermijnende criminaliteit in de zorg harder aan te pakken. Strengere toelatingseisen voor nieuwe zorgaanbieders, uitbreiding van de vergunningsplicht, een bredere inzet van de Wet Bibob, betere gegevensuitwisseling tussen ketenpartners en extra investeringen in toezicht en opsporing laten zien dat de urgentie eindelijk breed wordt erkend. Voor deze aanpak wordt de komende jaren zelfs oplopend tot € 50 miljoen per jaar beschikbaar gesteld. Dat verdient waardering. Tegelijkertijd is dit pas het begin.
Regels zijn belangrijk, maar mensen maken het verschil
Veel van de aangekondigde maatregelen richten zich terecht op de voorkant van het proces: voorkomen dat malafide zorgaanbieders zich eenvoudig kunnen vestigen of na eerdere overtredingen opnieuw kunnen beginnen. Fraudeurs passen zich echter snel aan. Nieuwe regels leiden vaak tot nieuwe constructies. De vraag is daarom niet alleen hoeveel regels we maken, maar vooral hoe goed de professionals zijn die deze regels moeten toepassen. Juist daar ligt volgens mij de grootste uitdaging.
Volg niet alleen de administratie, maar vooral de banktransacties en geldstromen
In veel fraudeonderzoeken ligt de nadruk op papieren controles zoals declaraties, zorgdossiers en administratieve controles. Natuurlijk zijn die belangrijk maar nog belangrijker is het om het geldspoor te volgen.
Volg het geldspoor
Fraudeurs doen er alles aan om hun handelen te verhullen en fraude is opgezet om niet ontdekt te worden. Daarom vertelt de administratie vaak slechts een deel van het verhaal. De eerste signalen ontstaan bij een rechtmatigheidstoets. Wie de geldstromen volgt, ontdekt dan pas hoe een fraudeconstructie werkelijk in elkaar zit. Wie de geldstromen analyseert, zal zich al snel de volgende vragen stellen:
- Waar blijft het zorggeld uiteindelijk?
- Wie profiteert er van deze geldstromen?
- Worden er direct/indirect gelden uitgekeerd aan bestuurders of aandeelhouders?
- Verdwijnen zorggelden via gelieerde bedrijven, managementvergoedingen, privé overboekingen, leningen of betalingen aan buitenlandse vennootschappen?
- Is er sprake van investeringen in vastgoed, luxe auto’s of andere vermogensbestanddelen die niet passen bij de bedrijfsvoering?
Wie geldstromen volgt, kijkt voorbij de papieren werkelijkheid en ontdekt vaak sneller hoe een frauduleuze constructie werkelijk in elkaar zit. Financieel onderzoek zou daarom niet het sluitstuk van een onderzoek moeten zijn, maar veel vaker het vertrekpunt.
Kennis is de beste investering
De aangekondigde uitbreiding van toezicht en opsporing is belangrijk. Maar extra capaciteit alleen is niet voldoende. Professionele fraudeurs maken steeds vaker gebruik van ingewikkelde bedrijfsstructuren, katvangers, buitenlandse rechtspersonen en witwasconstructies. Dat vraagt om toezichthouders, analisten, financieel rechercheurs en bestuurders die deze constructies herkennen én begrijpen.
Daarom zou een belangrijk deel van de investeringen moeten gaan naar:
- gespecialiseerde opleidingen;
- financiële analyse;
- kennis van witwassen en misbruik van rechtspersonen;
- data-analyse en AI;
- meer en betere samenwerking tussen alle betrokken ketenpartners.
Vanuit mijn ervaring als voormalig FIOD-rechercheur, onderzoeker naar offshore constructies en docent op het gebied van witwassen en financieel rechercheren zie ik dagelijks hoeveel verschil specialistische kennis maakt. Niet de omvang van een organisatie bepaalt het succes van een fraudeonderzoek, maar de kwaliteit van de mensen die de juiste vragen weten te stellen.
NCI investeert concreet in die kennis
Juist daarom ben ik blij dat NCI mij de ruimte heeft gegeven om samen met Melanie van den Berg een Masterclass en e-learning (binnenkort gereed) over zorgfraude te ontwikkelen. Daarbij krijgen we de mogelijkheid om onze visie op de noodzakelijke kennis voor het herkennen en onderzoeken van zorgfraude te vertalen naar een praktijkgerichte opleiding. Niet alleen kennis over wet- en regelgeving, maar vooral leren signalen te herkennen, kritische vragen te stellen, geldstromen te volgen en verbanden te leggen.
Is het tijd voor een zelfstandig delict ‘zorgfraude’?
Opvallend is dat zorgfraude in Nederland nog steeds geen zelfstandig strafbaar feit is. In de praktijk wordt er strafrechtelijk vervolgd voor bijvoorbeeld oplichting, valsheid in geschrifte, witwassen, belastingfraude, verduistering of deelname aan een criminele organisatie.
Dat zijn krachtige strafbepalingen en in veel zaken ook goed toepasbaar. Toch rijst de vraag of zij nog voldoende aansluiten bij de huidige werkelijkheid. Zorgfraude is uitgegroeid tot een complexe vorm van financieel-economische criminaliteit waarbij misbruik wordt gemaakt van publieke middelen, zorgstructuren en soms complexe internationale constructies.
Een zelfstandig strafbaar feit zou kunnen bijdragen aan een duidelijker maatschappelijke norm, betere registratie van zaken en een sterkere herkenbaarheid van dit specifieke fenomeen. Die discussie verdient wat mij betreft een serieuze plaats op de politieke agenda.
Investeer in hersencellen, niet in gevangeniscellen
Uiteindelijk draait de bestrijding van zorgfraude niet alleen om meer wetten, meer controles of zwaardere straffen. Het draait om kennis bij de mensen die de signalen herkennen en signaleren, kritische vragen kunnen stellen en die de geldstromen kunnen analyseren. Daarom blijft mijn boodschap richting Prinsjesdag onveranderd:
De overheid kan beter investeren in hersencellen dan in gevangeniscellen.
Iedere fraude die wordt voorkomen, hoeft niet meer te worden opgespoord. Iedere euro die wordt gered van zorgfraude, kan weer worden besteed aan de patiënt. En dat is uiteindelijk waar onze zorg om zou moeten draaien.
Zorgfraude is allang geen eenvoudige declaratiefraude meer. In steeds meer zaken zien we complexe ondernemingsstructuren, gelieerde rechtspersonen, katvangers, witwasconstructies en soms zelfs internationale geldstromen. Dat vraagt om een andere manier van kijken. Niet alleen vanuit de zorg, maar ook vanuit de financiële opsporing.
Over de auteur
Mr. dr. Jan van Koningsveld is oprichter van het Offshore Kenniscentrum. Hij werkte ruim 25 jaar bij de FIOD, promoveerde op offshore financiële centra en verzorgt trainingen en masterclasses over zorgfraude, witwassen, financieel rechercheren en offshore constructies. Zijn missie is om organisaties weerbaarder te maken tegen financieel-economische criminaliteit door kennis te vergroten.