2 oktober 2026
Een zakelijke klant wil een rekening openen. De eigendomsstructuur telt meerdere vennootschappen en de geldstromen lopen via verschillende landen. De klant heeft al informatie aangeleverd, maar toch zijn aanvullende gegevens nodig. Hoe leg je uit waarom? En wanneer weet je genoeg om een onderbouwd oordeel te vormen?
Met de Europese anti-witwasverordening, de AMLR, krijgen deze vragen een nieuwe dimensie. Vanaf 10 juli 2027 gelden nieuwe, gedetailleerdere regels voor onder meer het klantonderzoek, de UBO’s en het melden van verdachte transacties. Dat raakt de hele keten: van klantacceptatie tot transactiemonitoring en melding bij de FIU.
Meer gegevens, meer vragen aan de klant
Financiële instellingen hebben al veel geïnvesteerd in hun klantonderzoek. Toch kan de AMLR vragen om aanvullende informatie, ook van bestaande klanten. Dat betekent mogelijk dat je bestaande klantdossiers moet aanvullen, en systemen en werkprocessen moet aanpassen.
De praktische uitdaging: hoe verzamel je de informatie die je nodig hebt, zonder de klant onnodig te belasten? Welke vragen helpen je om risico’s beter te begrijpen? En kun je uitleggen waarom je ze stelt?
Daarvoor is meer nodig dan een paar wijzigingen in het beleid. Denk aan systemen die medewerkers ondersteunen, goede samenwerking tussen afdelingen en een helder gesprek met de klant. Want als een medewerker zelf niet begrijpt waarom een vraag nodig is, wordt het lastig om de klant daarin mee te nemen.
Meer data verzamelen is geen doel op zich. De risicogebaseerde aanpak die we kennen uit de Wwft blijft ook onder de AMLR het uitgangspunt. De kunst is de juiste vragen te stellen, uit te leggen waarom je ze stelt en je eigen oordeel vast te leggen.
Een UBO vind je niet altijd in een organogram
De AMLR vraagt nadrukkelijk aandacht voor zowel eigendom als zeggenschap. Een organogram met aandelenpercentages geeft dus niet vanzelf het volledige antwoord. Zeggenschap moet zelfstandig, naast eigendom, worden onderzocht.
Bij complexe structuren is het daarom belangrijk om verder te kijken. Wie heeft er achter de schermen invloed? Welke onderlinge afspraken spelen een rol? En waarom merk je iemand wel of juist niet als UBO aan? Dat vraagt om kennis, professioneel oordeel en een heldere vastlegging.
Een melding vraagt om een navolgbare analyse
Ook bij het melden verandert er iets wezenlijks. De AMLR verplicht instellingen om te melden als zij iets vermoeden, of als er redelijke gronden zijn voor een vermoeden: verdachte transacties dus. Bewijs van een strafbaar feit is niet nodig, maar je moet wel kunnen uitleggen waarop het vermoeden berust.
Voor de Nederlandse praktijk, waarin we al meer dan 30 jaar ongebruikelijke transacties melden, is dat een belangrijke verandering. Wat maakt een transactie verdacht? Hoe beoordeel je een verklaring van de klant die vragen oproept? En hoe onderbouw je een melding goed, zonder zo lang door te zoeken dat je te laat meldt?
Waar gaan we het over hebben?
Tijdens mijn themasessie over de AMLR en de financiële sector op het Nederlands Compliance Congres vertalen we deze veranderingen naar de dagelijkse praktijk. We bespreken de gevolgen voor het klantonderzoek, UBO-beoordelingen en meldingen. Welke aanpassingen zijn nodig binnen je organisatie? En hoe houd je de aanpak risicogebaseerd en werkbaar?
Werk je in compliance, CDD of transactiemonitoring in de financiële sector?
Dan biedt deze sessie verdieping in de keuzes waarvoor jouw instelling komt te staan. Ik zie je graag op 10 december 2026 bij het Nederlands Compliance Congres in het NBC in Nieuwegein. Bekijk het programma en meld je aan!
Over Maud Bökkerink
Maud Bökkerink heeft de bestrijding van witwassen van alle kanten meegemaakt. Ze begon als financieel analist bij FIU-Nederland, werd daarna financieel rechercheur bij de Nationale Recherche, en werkte bij het ministerie van Financiën aan anti-witwas- en sanctiewetgeving. Daarna was ze zes jaar AML/CFT-expert bij het IMF in Washington DC. Van 2008 tot 2017 coördineerde Maud bij DNB het toezicht op banken en betaalinstellingen onder de Wwft en de Sanctiewet. Ze was jarenlang hoofdauteur van de DNB Leidraad Wwft en Sw, en als projectleider schreef ze mee aan de guidance van DNB over de SIRA. Internationaal maakte Maud deel uit van de Nederlandse FATF-delegatie. Ze nam deel aan landenbeoordelingen van de FATF en het IMF, en gaf technische assistentie aan autoriteiten in Europa, Afrika, het Midden-Oosten en Azië. Nu werkt Maud als zelfstandig AML & Sancties consultant. Ze adviseert en traint financiële instellingen, FIU’s en toezichthouders in Nederland en daarbuiten, spreekt regelmatig op internationale conferenties en publiceert over witwasbestrijding en sancties. Ze studeerde fiscaal recht en Japans aan de Universiteit Leiden en werkte eerder in de internationale financiële sector. Met ruim 30 jaar ervaring als rechercheur, analist, beleidsmaker, toezichthouder en adviseur weet Maud als geen ander wat de AMLR in de praktijk vraagt van instellingen.