Prinsjesdag Totaaloverzicht 2026

Nederlands Compliance Instituut heeft alle maatregelen voor je samengevat in het Prinsjesdag Totaaloverzicht én doorvertaald naar de praktijk.

  • Thema's

    Vertrouwen, Veiligheid, Regeldruk, Goed bestuur, CDD

  • Laatste update

    23:55

Let op: Niet alle voorstellen zijn definitief. Deze zijn pas definitief na akkoord van de Tweede Kamer en de Eerste Kamer.

Compliance na Prinsjesdag 2026

Prinsjesdag stond dit jaar in het teken van veiligheid, weerbaarheid, maatschappelijke samenhang en het tegengaan van polarisatie. Het zijn ook thema’s die nadrukkelijk terugkomen op de agenda van compliance officers. Geopolitieke spanningen, digitale dreigingen en maatschappelijke ontwikkelingen werken direct door in organisaties en in de risico’s waarmee zij worden geconfronteerd. Compliance draait al lang niet meer alleen om wet- en regelgeving. Organisaties worden geconfronteerd met vraagstukken die raken aan strategie, cultuur, technologie en bestuur. Tegelijkertijd blijven meer traditionele compliancethema’s zoals customer due diligence (CDD) en goed bestuur onverminderd relevant. In deze bijdrage staan we stil bij ontwikkelingen die tegen deze achtergrond extra aandacht verdienen.

CDD in beweging

Financiële criminaliteit, sanctierisico’s en internationale geldstromen blijven hoog op de Europese agenda staan. Europa werkt aan een verder geharmoniseerd kader voor het voorkomen van witwassen en terrorismefinanciering: de Anti-Money Laundering Authority (AMLA) is inmiddels operationeel vanuit Frankfurt, en per 10 juli 2027 wordt niet alleen de Anti-Money Laundering Regulation (AMLR) rechtstreeks van toepassing. De Nederlandse Wwft wordt op diezelfde datum ook daadwerkelijk ingetrokken en vervangen door de Implementatiewet ter voorkoming van witwassen en terrorismefinanciering (Iwt). Dat is meer dan een technische wetswijziging: het nationale kader waarop CDD-processen al bijna twintig jaar zijn gebouwd, verdwijnt en maakt plaats voor een grotendeels rechtstreeks werkend Europees regime. Daarmee wordt de overgang naar de AMLR een strategische keuze voor het bestuur, niet alleen een operationele opgave voor compliance.

De implementatie is dan ook een organisatievraagstuk dat op bestuursniveau thuishoort. Voor veel organisaties wordt de impact vooral zichtbaar in CDD: klantacceptatie, de kwaliteit van klantgegevens, risicoclassificaties en voortdurende monitoring. De Nederlandse aanpak van criminele geldstromen rust daarbij op vijf pijlers: voorkomen dat crimineel geld het legale stelsel binnenkomt, het verstoren van ondergronds bankieren, het afpakken van crimineel vermogen, het maatschappelijk herbestemmen daarvan (MaHer), en internationale samenwerking. Het kabinet brengt in dat kader ook expliciet de rol van cryptovaluta bij het verplaatsen en verhullen van crimineel geld in kaart. Voor veel organisaties is dit nog geen vast onderdeel van het risicokader.

AMLR verhoogt de druk om bestaande CDD-processen aantoonbaar op orde te hebben, eigenaarschap helder te beleggen en regels consistent toe te passen. Het kabinet onderstreept dit belang ook zelf: in de begroting van Financiën wordt de risicogebaseerde aanpak van de antiwitwaswetgeving expliciet als prioriteit benoemd. Ook komt er een nieuwe nationale risicoanalyse (NRA) witwassen en terrorismefinanciering, verwacht in 2027 of de eerste helft van 2028, die opnieuw richting geeft aan waar de grootste risico’s liggen.

Financiële criminaliteit beperkt zich niet tot klassieke witwas- en terrorismefinancieringsrisico’s. Ook zorgfraude is in de kern een vorm van financiële criminaliteit, en het kabinet benoemt het tegengaan daarvan in de Troonrede 2026 expliciet als voorwaarde om de zorg betaalbaar en toegankelijk te houden. Dezelfde discipline rond klantacceptatie, monitoring en aantoonbaarheid die de AMLR van organisaties vraagt, is dus evengoed relevant bij het tegengaan van zorgfraude.

Geopolitiek en sancties

Het kabinet onderstreept in de Troonrede van 2026 dat de wereld instabieler en onvoorspelbaarder wordt. Geopolitieke risico’s zijn niet nieuw, maar hun impact op organisaties is de afgelopen jaren duidelijk toegenomen. Oorlogen, handelsconflicten, sancties en veranderende internationale verhoudingen kunnen direct doorwerken in klantrelaties, handelsketens, leveranciers, bedrijfscontinuïteit en reputatie.

Concreet werkt het kabinet aan het wetsvoorstel internationale sanctiemaatregelen, waarmee een Centraal Meldpunt Sancties wordt opgericht. Buitenlandse Zaken is eigenaar, Financiën, Justitie en Veiligheid en Economische Zaken zijn mede-opdrachtgevers. Ook op het gebied van cybercriminaliteit wordt het sanctie-instrument ingezet: cybercriminelen worden vaker op de EU-sanctielijst geplaatst.

Sancties, handelsbeperkingen en exportrestricties zijn niet langer uitsluitend relevant voor banken en multinationals. Ook andere organisaties krijgen te maken met vragen over herkomst, eigendom en geopolitieke afhankelijkheden. Dilemma’s waarvoor wet- en regelgeving niet altijd een pasklaar antwoord biedt. Risicoanalyses kunnen zich daarom niet beperken tot interne risico’s, maar moeten ook de externe omgeving meenemen. Voor de compliance professional betekent dit een blik die verder naar buiten is gericht: vroegtijdig signaleren, duiden en vertalen naar compliance-, integriteits- en governancerisico’s.

Cyberweerbaarheid

Cyberweerbaarheid was ook dit jaar een herkenbaar thema binnen de discussie over veiligheid. Cyberincidenten kunnen grote gevolgen hebben voor organisaties, burgers en vitale voorzieningen, en de aandacht richt zich daarom niet alleen op techniek, maar ook op governance en bestuurlijk toezicht.

Ook het kabinet erkent de urgentie: in de Troonrede 2026 worden cyberdreigingen en digitale hacks vanuit Rusland en criminele organisaties expliciet benoemd als dagelijkse realiteit, en kondigt het kabinet maatregelen aan om inlichtingendiensten burgers en bedrijven beter te beschermen. Dat sluit aan bij regelgeving als DORA en NIS2, die niet alleen goede beveiliging vraagt, maar ook aantoonbare beheersing en heldere verantwoordelijkheden. Het kabinet maakt hiervoor middelen vrij: de AIVD krijgt voor 2027 €25 miljoen, oplopend tot €50 miljoen vanaf 2030. Cyberweerbaarheid is daarmee structureel een governancevraagstuk geworden. Na een incident kijken toezichthouders en stakeholders niet alleen naar de technische oorzaak, maar ook naar voorbereiding, eigenaarschap en de rol van het bestuur: wist de organisatie welke risico’s zij liep, en waren passende maatregelen getroffen?

Hetzelfde geldt voor AI. Met de Europese AI Act krijgen organisaties te maken met nieuwe eisen rond governance, transparantie en verantwoord gebruik van AI. De uitvoering hiervan is in dit kabinet ondergebracht bij Economische Zaken en Klimaat. Veel organisaties hebben inmiddels AI-beleid opgesteld; de vraag is of dat beleid gelijke tred houdt met de praktijk.

Ook Justitie en Veiligheid zet in op digitale weerbaarheid: cybercrime wordt een landelijke prioriteit binnen de Veiligheidsagenda 2027-2030. Opvallend is dat het kabinet daarbij een vertrouwd CDD-instrument breder wil inzetten. In de aanpak van ‘bad hosting’ wordt op EU-niveau gepleit voor een verplicht Know Your Customer-beleid, vergelijkbaar met wat al gangbaar is in de financiële sector.

Vertrouwen, integriteit en saamhorigheid

In de Troonrede 2026 werd nadrukkelijk aandacht gevraagd voor verbinding en maatschappelijke samenhang, met een waarschuwing tegen verdere polarisatie. Medewerkers, klanten en andere stakeholders verwachten meer transparantie over de keuzes die organisaties maken, en bestuurders moeten daar steeds vaker verantwoording over afleggen.

Zorgfraude is hiervan een goed voorbeeld. Dit illustreert meteen waarom integriteit uiteindelijk een cultuurvraagstuk is, niet alleen een kwestie van regels. Dat het kabinet dit serieus neemt, blijkt uit een aangescherpte Bibob-toetsing vanaf 1 oktober 2026. Maar detectiesystemen alleen zijn niet genoeg: signaleren medewerkers onregelmatigheden tijdig, durven zij dat bespreekbaar te maken, en is er ruimte voor kritische vragen zonder dat dit als wantrouwen wordt ervaren? Waar regels fraude niet altijd op tijd kunnen detecteren, maakt een cultuur van transparantie en aanspreekbaarheid het verschil.

Juist dan blijkt de kracht van de organisatiecultuur. Zijn dilemma’s bespreekbaar, worden perspectieven gewogen, en kunnen keuzes worden uitgelegd en verantwoord? De compliance professional draagt hieraan bij door dilemma’s tijdig te signaleren, kritische tegenspraak te bieden en te helpen bewaken dat besluiten consistent en uitlegbaar zijn. Organisaties die in zulke situaties vertrouwen weten vast te houden, kenmerken zich niet door meer regels, maar door duidelijke keuzes en het vermogen om uit te leggen waarom.

Tot slot

Wie terugkijkt op Prinsjesdag ziet thema’s als veiligheid, weerbaarheid, maatschappelijke samenhang en het tegengaan van polarisatie nadrukkelijk terugkomen. Ook binnen het compliancevak vragen deze onderwerpen aandacht.

De komende jaren zullen organisaties zich moeten verhouden tot geopolitieke ontwikkelingen, cyberdreigingen, technologische vernieuwing en maatschappelijke verwachtingen en tot de impact daarvan op bedrijfsvoering en -cultuur. Een voorbeeld: het kabinet wil regeldruk verminderen, en Binnenlandse Zaken coördineert daartoe vanaf 2027 een jaarlijkse Vereenvoudigingswet. Dit terwijl AMLR, DORA, NIS2 en zorgfraudetoezicht juist om meer aantoonbaarheid vragen. Die twee bewegingen bijten elkaar niet noodzakelijk, maar vragen wel om een compliancefunctie die kan uitleggen waarom bepaalde beheersing wél nodig blijft. Ook wanneer de politieke wind waait richting minder regels.

Misschien is dat wel de belangrijkste observatie na Prinsjesdag 2026: het onderscheid wordt gemaakt door organisaties die ook in een veranderende omgeving zorgvuldig, uitlegbaar en consistent kunnen handelen. Dat vraagt vooral om goed bestuur en de compliance officer draagt daaraan bij door risico’s zichtbaar te maken en bestuurders te adviseren bij zorgvuldige, uitlegbare besluitvorming.

Terug